Ons verhaal: verantwoordelijkheid
Ik kreeg de laatste tijd redelijk wat vragen over ons programma. Sommigen vinden dat we vorig jaar naar de kiezer trokken met een uitgesproken links verhaal, met ondermeer de Vlaamse hospitalisatieverzekering en de aanvullende kinderbijslag, en nu met een rechts verhaal van activering, sanering, en beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Inconsistent? Neen, uiteraard niet. Dit past namelijk in één consistent verhaal, een verhaal van verantwoordelijkheid.
Verantwoordelijkheid van de maatschappij tegenover zij die pech hebben, ziek worden, of niet kunnen werken. Voor hen schiet die bescherming nu al schromelijk te kort, met te lage uitkeringen en te hoge kosten bij een ziekenhuisopname. Daartegenover staat de verantwoordelijkheid van het individu tegenover de maatschappij waar hij/zij deel van uitmaakt om, in de mate van het mogelijke, bij te dragen aan die maatschappij, bij te dragen aan die bescherming van de zwakkere en werk te maken van gelijke kansen. Dat moeten we aanvullen met de verantwoordelijkheid van de politici: verantwoordelijkheid voor goed bestuur, een overheid die wél werkt, die haar burgers niet in de steek laat, die gaat voor een maximale efficiëntie waarbij de ene groep de andere niet blokkeert en elke deelstaat verantwoordelijk is voor de eigen inkomsten en uitgaven. Dat is ons verhaal. Kunnen we dit nog links of rechts noemen?
Het is dit verhaal dat ook Siegfried Bracke aantrok naar de N-VA. Siegfried, die bij vriend en vijand erom bekend staat een progressief sociaal denkend man te zijn en dan ook voor een ware schokgolf zorgde toen zijn overstap bekendgemaakt werd. Wat ik zonet hierboven beschreef, heeft hij afgelopen zondag op schitterende wijze toegelicht tijdens het slotcongres van de N-VA. Omdat de media alleen maar de stukken in beeld brengt die ze wil in beeld brengen en uitvergroot wat ze wil (bvb een eerlijk antwoord van 5s op een vraag over Brussel tijdens een gesprek van een uur met Bart De Wever, of enkel de communautaire eis van deze laatste op het congres), citeer ik hieronder een ijzersterk stuk uit die toespraak van afgelopen zondag. De volledige tekst vind je op zijn eigen website.

[De N-VA heeft een goed en juist verhaal] Een juist verhaal over wat er met dit vastgelopen en achteruitboerend land moet gebeuren. In de grond een TINA-verhaal, there is no alternative, er is geen andere keuze. Willen wij de kans hebben om de stilstand om te buigen naar vooruitgang, dan MOETEN wij de stap zetten naar echt confederalisme. Ook onze Franstalige landgenoten zullen daar wel bij varen, daar ben ik diep van overtuigd.
Helaas wordt hij door zijn eigen partij niet meer gevolgd, maar we moeten doen wat Kris Peeters zegt. De Copernicaanse omwenteling: we delen alles op, en daarna bepalen we in overleg wat we nog samen doen. Wat we nog samen willen doen, en moeten doen. Moeten omdat Europa nog niet kan wat het – ik hoop zo snel mogelijk – zou moeten doen.
En ja, aan het eind van dat verhaal – ook dat staat eigenlijk in de sterren geschreven – aan het eind van dat verhaal zal Vlaanderen een onafhankelijke lidstaat zijn van de Verenigde Staten van Europa. Dat zal gebeuren zonder slag of stoot, zonder gedruis of gedrang, het zal ei zo na zijn als de natuur zelve, dat is politiek Darwinisme.
Maar eerst dus, en wel nu, na 13 juni, die stap naar de confederale staat. Een staat met heldere, transparante structuren en geldstromen. ONZE new deal, onze win-win waarvoor we ook in alle duidelijkheid de hand uitsteken naar de Franstaligen om samen met ons de standstill te doorbreken. De N-VA, vrienden, is niet de partij van de slaande deuren, de N-VA is niet de partij met de vuist en de voet vooruit; wij zijn de partij van de uitgestoken hand, de partij van solidariteit met anderen, ook en zelfs in de eerste plaats met diegenen met wie wij 180 jaar geschiedenis delen.
Ik hoop dat er aan de andere kant mensen te vinden zijn die beseffen dat de urgency groot is. Dat dit de kans is die we moeten grijpen, omdat anders er alleen maar meer komt van hetzelfde. Want ook dat staat als een paal boven water, meer van hetzelfde met ongeveer dezelfden, dat zal finaal betekenen dat de rekening zo hoog oploopt, dat anderen, vanuit het IMF of Europa, ons zullen dwingen in te grijpen. En dat, vrienden, hoop ik nooit te moeten meemaken.
Dat verhaal heeft me naar de N-VA gebracht, vrienden. Maar niet alleen dát verhaal. De N-VA is geen single issue-partij.
De N-VA is ook de partij met een bij uitstek sociaal verhaal. De N-VA is de partij van professor Danny Pieters (onze nummer 5 op de senaatslijst). Hij is de man die mij via zijn boek over een nieuwe sociale zekerheid mee over de streep gehaald. Ik was trouwens niet de enige die onder de indruk was. Ik ken politieke tegenstrevers, vrienden, die diep betreuren dat ze daar zelf niet opgekomen zijn. Maar neen dus, dat is het verhaal van de N-VA, dat is ONS verhaal.
Net zoals de Vlaamse hospitalisatieverzekering het verhaal is van Louis Ide, onze senator Louis Ide, ons N-VA-verhaal, vrienden.
Een verhaal waarin verantwoordelijkheid hét sleutelbegrip is. En ook dat heeft mij in de N-VA bijzonder aangesproken, want ook dat is een bij uitstek sociaal verhaal.
Want wat is er sociaal aan om zoals de laatste jaren in alle stilte zoveel mensen armer te laten worden, en intussen toespraken te houden over progresssieve sociale politiek?
Hoe durven die trouwens de mensen nog in de ogen te kijken als blijkt dat 21 % van onze 65-plussers onder de armoedegrens moet leven! En ter vergelijking: in Nederland is dat 5 %. Is dát het resultaat van meer dan twintig jaar linkse, progressieve regeringsdeelname?
In vind het uitgerekend zeer sociaal en progressief als je bijvoorbeeld in de werkloosheid doet wat in ons programma staat: wie zijn werk verliest, krijgt een uitkering, jazeker, maar ook bijscholing, omscholing. En ja, als je na twee jaar niets hebt gevonden, verlies je je uitkering, maar… je krijgt werk. En je moét dat aannemen. Omdat je als lid van de gemeenschap die voor je zorgt ook de plicht hebt tot die gemeenschap bij te dragen. Elk naar godsvrucht en vermogen . En mensen die om verschillende redenen het ongeluk hebben écht niet te kunnen werken, daar is het de evidentie zelve dat de gemeenschap ook voor die mensen zorgt. Wat mij betreft, béter dan vandaag…
Maar mensen die kunnen werken, ook doén werken, daar is niets tegen. Dat is goed voor de betrokkenen want die kunnen daar waardigheid en maatschappelijke betrokkenheid uit halen, dat is goed voor de staatskas, dat is ook goed voor de gemeenschap, want ik hoef u niet te zeggen dat er in Vlaanderen nog genoeg te doen is, dat er in Vlaanderen nog genoeg werk is.
Een programma waar ik achter sta, gebracht door mensen waar ik achter sta.


0 reacties
Plaats een nieuwe reactie