Reduceer het aantal onderwijsnetten!
Gents schepen van onderwijs, Rudy Coddens, pakt vandaag uit met een unieke samenwerking tussen onderwijsnetten in Gent. Concreet gaan het stedelijk onderwijs en het gemeenschapsonderwijs in Gent samenwerken op vlak van technisch, beroeps- en deeltijds onderwijs: het onderwijsaanbod wordt onder elkaar verdeeld en de beide onderwijsnetten zullen elkaars infrastructuur kunnen gebruiken. Een goede zaak, uiteraard.
Maar eigenlijk moeten we veel verder kijken. In Vlaanderen wordt onderwijs ingericht door de inrichtende machten van scholen en scholengroepen, die zelf dan weer aangesloten zijn bij een overkoepelend net. Zo is er het officiële net van de Vlaamse Gemeenschap (het Go! aka Gemeenschapsonderwijs), het net van de steden en gemeenten, het provinciale net, en daarnaast nog de vrije netten (officieel "vrij gesubsidieerd onderwijs") zoals die van de geloofsgemeenschappen (katholieke net, joods, protestants,...) en de niet-confessionele netten die niet aan een godsdienst gebonden zijn maar eerder aan een specifieke leermethode zoals de Steinerscholen. Het staat elke privé-persoon of privé-organisatie immers vrij om onderwijs in te richten, voor zover voldaan is aan een aantal voorwaarden waaronder de eindtermen. Vrijheid van onderwijs staat immers in onze grondwet, artikel 24.
Het valt echter op dat er in bovenstaand lijstje drie netten te vinden zijn die rechtstreeks georganiseerd worden door "de overheid", of beter "de overheden". Zo bekom je situaties waarbij eenzelfde opleiding in een gemeente georganiseerd wordt door twee scholen van "de overheid" en beide scholen niet samenwerken, elkaar beconcurreren of de overheid dubbel betaalt voor de aanschaf van materiaal dat perfect door beiden gebruikt zou kunnen worden.
Het lijkt me dan ook een pak beter om op elk onderwijsniveau te komen tot slechts twee netten. In het basisonderwijs is dit het vrije gesubsidieerd onderwijs en het officieel gesubsidieerd onderwijs ingericht door de steden en gemeenten. Deze laatste in de eerste plaats omdat de inhoudelijke keuzemogelijkheden op dit niveau nogal beperkt zijn en we best kiezen voor het bestuursniveau dat het dichtst bij de burger staat: zijn/haar stad of gemeente. Vrijwel elke stad of gemeente beschikt nu reeds over een basisschool ingericht door "de overheid", wat best zo blijft. In steden zoals Gent staat dit net zelfs bijzonder sterk met een heleboel keuzemogelijkheden en methodescholen. Bijna 23% van de Vlaamse kinderen loopt school in één van de 548 basisscholen van dit net.
In het secundair onderwijs opteren we dan weer best voor het vrije gesubsidieerd onderwijs en het gemeenschapsonderwijs: door de keuzemogelijkheden op dit niveau kunnen we niet meer spreken van elk dorp zijn/haar school, maar moet er verder gekeken worden op grotere schaal om versnippering te vermijden. Iets waarvoor het onderwijs op gemeenschapsniveau beter geschikt lijkt.
Tijd om deze historisch scheef gegroeide situatie aan te pakken en meer te investeren in onderwijs, en minder in structuren!









5 reacties
Meer nog. Schaf de netten af, verdorie.
en terwijl we bezig zijn ook graag de vrije schoolkeuze, want dat is één van de grootste fouten in ons onderwijs.
Het secundair onderwijs kan je even goed overlaten aan de steden en gemeenten ipv de gemeenschap.
Gemeenschapsonderwijs leidt tot eenheidsworst en vervlakking. Lokale besturen zijn veel beter in staat om in te spelen op specifieke noden en omstandigheden. Sowieso sta ik wantrouwig tegenover een centrale overheid die zich teveel inlaat met de opvoeding en vorming van jongeren.
@Domi: Elke gemeenschapsschool heeft wel nog steeds een eigen (schoolgebonden) beleid hoor, geen twee gemeenschapsscholen zijn identiek. Maar ik zou het geen goed idee vinden mochten twee naburige gemeenten elkaar proberen vliegen af te vangen door beiden een gelijkaardige opleiding aan te bieden voor (te) weinig en met verspilling van middelen doordat niet samengewerkt wordt voor infrastructuur. Beter coördinatie op een hoger niveau dus. Dat zouden evengoed de provincies kunnen zijn, maar aangezien het gemeenschapsonderwijs al veel sterker uitgebouwd is in het secundair en de provincies een mossel-noch-vis bestuursniveau zijn,...
@Ilse: over de afschaffing van de netten zou minstens het debat gevoerd moeten worden, al vrees ik dat dat politiek weinig realistisch is aangezien die vervat zitten in de vrijheid van onderwijs in onze grondwet (2/3 meerderheid nodig) en al minstens CD&V en VB het katholieke net wel heel erg sterk genegen zijn. Het levert idd problemen op, maar daarnaast moet ik wel stellen dat ik het principe van vrijheid van onderwijs (voor zover aan de voorwaarden voldaan) wel genegen ben. Wel vind ik dat de overheid niet moet voorzien in een aanbod van alle erkende godsdiensten in het onderwijs: het officiële net zou volgens mij beter een neutraal moraal-filosofisch vak inrichten ipv de verschillende godsdiensten en het vak zedenleer dat in de praktijk dikwijls neerkomt op de georganiseerde vrijzinnigheid. (hoewel ik daar op zich ook niet afkerig tegenover sta hoor, lang leve kritische zin, maar ik huiver van indoctrinatie, ook langs die kant) Godsdienst behoort tot de privé-sfeer, wie daar onderricht in wil, moet daar maar zelf voor zorgen. Al vrees ik ook hier weer voor de politieke haalbaarheid gezien de grondwetsverankering. Ook de vrije schoolkeuze levert idd problemen op, maar ik zou het niet meteen één van de grootste fouten van ons onderwijs noemen: ouders moeten volgens mij het recht hebben om zelf een school naar keuze te kiezen en zich daarvoor op tal van factoren naar eigen goeddunken te baseren. De problemen hierin kunnen trouwens vrij goed geminimaliseerd worden door een (door de overheid geregeld) voorrangsbeleid en elektronische inschrijving bij scholen met beperkte capaciteit.
de statistieken zeggen het anders, natuurlijk: als je kijkt naar de Pisa-resultaten, dan zie je dat belgie gemiddeld zeer goed scoort, maar dat het wel zowat de slechtste leerling van de klas is wat betreft verschillen: nergens is het verschil tussen de hoogste en de laagste scores zo groot.
Dat zegt nogal wat over de ongelijkheid die door ons systeem wordt gestimuleerd, vind ik.
Als je dan gaat kijken naar landen die die grote verschillen niet hebben, dan kom je op een aantal zaken die blijkbaar wel het verschil kunnen maken: hoe minder vrije schoolkeuze, hoe minder de verschillen (in Gent probeert men idd daar al een beetje in mee te gaan, maar het is een mossel-noch-vis-oplossing vind ik); de brede basisvorming (dus brede basisschool tot 15 jaar), enzovoort....
Inderdaad, die ongelijkheid is een ware smet op het blazoen van het Vlaamse onderwijs dat we anders als zo performant omschrijven. Maar die ongelijkheid is vooral zichtbaar in de correlatie tussen SES en leerniveau: kinderen uit een lager sociaal-economisch milieu scoren systematisch slechter op school kan kinderen uit een beter milieu. De groep van mensen in armoede in België ligt tussen 13% van de bevolking met een armoederisico (volgens Eurostat) en 23% bestaansonzekeren over een periode van 5 jaar, volgens het "Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting".
Een van de parallellen die je kan trekken, is bvb te vinden in het gebruik van IT. Zo blijkt uit de TIMMS-studies dat leerlingen die thuis over een pc beschikken significant beter scoren (oa op wiskunde en wetenschappen) dan leerlingen die daar niet over beschikken. De correlatie tussen SES en het al dan niet beschikken over een pc is niet ver te zoeken. Een proefproject à la OLPC-Vlaanderen zou me wel een goede zet lijken.
Ook de discrepantie allochtoon-autochtoon is immens. Dat zal deels te maken hebben met SES, maar anderzijds ook met de taalkennis denk ik. Veel allochtonen (zelfs nog van de derde generatie, voor zover we dan nog van "allochtoon" kunnen spreken, maar soit) halen een bruid(egom) uit het thuisland van de (groot)ouders. Nu, geen probleem met grensoverschrijdende liefde, maar dat zijn dan wel veelal mensen die (nog) geen woord Nederlands kennen en dan ook vrij matig betrokken zijn met het onderwijs van hun kinderen, dat volledig gericht is op het Nederlands. De kinderen bijstaan bij hun huiswerk bvb, is dan een heel pak minder evident. Dat de cultuur thuis dan ook grotendeels gericht is op dat (artificieel?) thuisland met vrijwel uitsluitend anderstalige media en bitter weinig Nederlandstalige boeken en tijdschriften, zal ook niet echt veel goeds doen om die (taal)achterstand weg te werken: de schoolcultuur wordt een parallelle cultuur zonder veel noodzakelijke kruisbestuiving. Daar moeten we dan ook op alle mogelijke manieren werk van maken, met verplichte cursussen Nederlands voor nieuwkomers (of zelfs "oudkomers") en een Nederlandstalig recreatief aanbod vanuit de scholen (Nederlandstalige boeken, strips, films, computerspelletjes, gezelschapsspelletjes die uitgeleend kunnen worden) om de voeling met het Nederlands van die leerlingen én hun ouders te verbeteren.
Ja, het fenomeen van de witte en zwarte scholen is hier ook allesbehalve positief voor, dat moet je ook durven benoemen. Het huidige GOK-decreet met haar voorrangsregels lijkt mij dan ook een goede manier om hier werk van te maken. Grote probleem hier is wel dat die voorrangsregels vooralsnog op vrijwillige basis (beslissing van de school) gelden. Maak dat verplicht, en je komt al heel ver. Dat lijkt mij alvast een goede basis om de negatieve aspecten van de vrije schoolkeuze op te vangen. Want die vrije keuze van kind en ouders, om welke reden dan ook, vind ik wel een waardevolle vrijheid die we niet al te snel mogen aantasten.
Ik vind dan ook de eerst aangehaalde punten (SES, IT, Nederlands,...) uiterst belangrijk om werk van te maken en relevanter dan de vrije schoolkeuze. Het is dan ook niet correct te stellen dat scholen met meer allochtone leerlingen geen goede onderwijskwaliteit kunnen leveren, er zijn er genoeg die elke dag het tegendeel bewijzen.
Tot slot vind ik ook dat je voor zaken als PISA moet rekening houden met de Belgische context. Onderwijs is immers net het domein waar het plaatsen van de bevoegdheden op niveau's dichter bij de mensen het grootste succes gekend heeft, als je kijkt naar de fenomenale vlucht vooruit van ons onderwijs. België heeft dan misschien wel de op één na (Duitsland) grootste spreiding in ‘reading literacy’, met aldus een groot verschil tussen de leerlingen met de beste en de slechtste prestaties, maar dit is vooral te wijten aan het grote verschil tussen de Gemeenschappen (sterke prestaties in Vlaanderen en ronduit erbarmelijke in de Franse Gemeenschap), met daarbij ook nog eens de relatief grote(re) interne verschillen in de Franse Gemeenschap. De Vlaamse spreiding in leesprestaties is eerder normaal te noemen en vergelijkbaar met landen met analoge prestaties. Enkel Finland en Korea slagen erin om (zeer) goede leesprestaties te combineren met een kleinere spreiding. (bron) Een en ander moet je dus wel relativeren.
Plaats een nieuwe reactie