Volkslening of volksverlakkerij?

(tags: )

Met de ‘volkslening’ claimt de regering-Di Rupo I spaargeld in de economie te willen pompen. Daarmee hoopt ze de faillissementengolf te stoppen en tegelijkertijd die spaarder een hogere interest te geven dan de schamele rente op een spaarboekje vandaag. Een nobel doel, maar de invulling ervan zou wel eens nefast kunnen zijn.

De spaarboekjes bij de Belgische banken (of filialen) kennen recordtijden: maar liefst 230 miljard euro hebben we er met z'n aan historisch lage rentevoeten op geparkeerd. Rentevoeten die lager liggen dan de inflatie, waardoor je eigenlijk aan koopkracht verliest.

Wat gebeurt er met dat geld? Een groot deel wordt ingehouden om de kapitaalbuffers van de banken aan te sterken om klappen beter te kunnen verteren. Dit wordt de banken opgelegd door de internationale Baselnormen en nationale regelgeving. Op zich geen slechte zaak.

Kredietschaarste

Het grootste deel van het geld - die centen die wij eigenlijk op korte termijn (we kunnen het elke dag terugvragen) aan de bank lenen - wordt uitgeleend op langere termijn: als hypothecair krediet, en aan ondernemingen. Vooral dat laatste lijkt sterk verminderd te zijn en dat brengt bedrijven en de economie in z'n geheel in de problemen. Zeker voor KMO's spreekt men steeds vaker van kredietschaarste. Banken zijn een stuk strenger geworden in het toekennen van kredieten. Ze geven dat zelf ook toe. Maar misschien is dat niet altijd even slecht. Daarvoor moeten we maar terugdenken aan de excessen uit het verleden.

Het is echter zeker niét zo dat het geld op het spaarboekje staat te ‘rotten’: de kredietverlening aan ondernemingen kende volgens de Nationale Bank in het 2de en 3de kwartaal nog een groei van respectievelijk 1,1 en 1,3 procent. Dat is wel een heel stuk minder dan de 4,2 procent aangroei in geheel 2011, maar toch nog steeds een groei. Terwijl er voor kleine ondernemingen sprake is van toenemende kredietschaarste, rapporteert de NBB een dalende vraag naar kredieten bij grote bedrijven. De aanhoudende economische onzekerheid en het politieke klimaat in ons land zorgen ervoor dat investeringen uitgesteld of afgeblazen worden.

Evolutie bancaire kredieten en conjuncturele evolutie; bron: NBB

Crowding out

Een steeds groter wordende koek van het geld zijn daarentegen de overheidsschulden. De Belgische banken investeren in (onder meer Belgische) overheidsobligaties, een activiteit die met de torenhoge Belgische staatsschuld recordhoogtes bereikt. KBC alleen al bezit 22,4 miljard euro aan staatsobligaties. Dit effect, waarbij een deel van het geld niet in de economie maar in de overheid geïnvesteerd wordt, heet het ‘crowding out’- effect: de overheid duwt de bedrijven (een stukje) opzij.

Het is een effect dat helaas alleen maar groter wordt. En vooral een effect dat met de volkslening nog dreigt versterkt te worden. Die volkslening is eigenlijk een soort kasbon op 5 of 8 jaar waarbij de regering belooft om de rente fiscaalvriendelijk te behandelen. Lees: aan het vroegere tarief van 15 procent, terwijl de regering de roerende voorheffing voor alle andere dergelijke inkomsten met 66 procent verhoogde tot 25 procent. Het geld dat hiermee opgehaald wordt - maximaal 3 miljard euro - mag enkel worden geïnvesteerd in ‘sociaal-economische projecten’ die banken kiezen uit een lijst of categorieën die zijn vastgelegd door de regering. Er wordt gewag gemaakt van ziekenhuizen, scholen en voorzieningen voor bejaarden en mensen met een handicap. Echt veel duidelijkheid is er niet: zo is er binnen de regering nog discussie over de vraag of die middelen ook voor privéziekenhuizen gebruikt zouden mogen worden. Bepaalde partijen willen namelijk dat enkel publieke ziekenhuizen in aanmerking komen.

Investeringen door privépartners

Net dit maakt de kwestie problematisch. Het gaat hier om zaken die behoren tot de overheidstaken, waar zij zelf in zou moeten investeren, of waar zij garant staat voor een zekere vorm van terugbetaling (bijvoorbeeld met RIZIV-middelen bij ziekenhuizen) indien de investering door een privépartner gebeurde. Eigenlijk worden de middelen dus vooral geïnvesteerd in alles behalve de reële, private economie, terwijl die daar net zoveel nood aan heeft. Het lijkt dus vooral een handige manier te zijn om investeringen van de overheid buiten de begroting te houden, deze rooskleurig weer te geven, en stiekem de staatsschuld nog te laten aandikken. Een versterking van het ‘crowding out’- effect, in een land waar de overheid al beslag legt op meer dan de helft van de economie.

Voor de spaarder is het echter nog problematischer: die wordt nu, in tijden van lage rente, aangeraden zijn/haar spaargeld vast te zetten voor een lange termijn. Als binnenkort de rente stijgt (veel dalen kan ze niet meer), loopt die spaarder heel wat centen mis en wordt zijn ‘volkslening’ minder waard.

Als de regering wou dat het (korte-termijn)spaargeld door de banken omgezet wordt in lange-termijnkredieten aan ondernemingen, had ze beter de roerende voorheffing op kasbons niet met 66 procent verhoogd: om het vereiste evenwicht tussen kredieten en bankdeposito's bij de banken te behouden, is een kasbon immers beter dan een spaarrekening. Dat geld is enkele jaren gegarandeerd, en kan dus veilig op langere termijn uitgeleend worden dan geld op een spaarboekje dat elke dag opvraagbaar is. Gevolg: meer beschikbare kredieten op langere termijn voor ondernemingen en kandidaat-huiseigenaars.

Win-winleningen

In plaats van een middel te zoeken om investeringen in de eigen doelen aan te trekken, zou de regering beter trachten een economisch klimaat te creëren waar ondernemers in willen investeren. Een klimaat waarin geïnvesteerd kan worden in onderzoek en ontwikkeling, waar enige fiscale stabiliteit heerst en gunstmaatregelen zoals de notionele interestaftrek niet zonder compensatie jaar na jaar worden ingeperkt of waar de fiscale behandeling van bedrijfswagens niet vier keer in één jaar verandert. Een klimaat waar de overheid niet méér uitgeeft dan ze binnenkrijgt. Dat zijn de essentiële vereisten, waarvoor stevige hervormingen nodig zijn. Hervormingen aanbevolen door de Europese Commissie, maar straal genegeerd door de regering-Di Rupo I.

De kers op die taart zou een beleid zijn dat gunstige randvoorwaarden creëert om spaarkapitaal op te halen voor investeringen in groeiende en startende ondernemingen, zoals de Vlaamse win-winlening. De versterking van die laatste, door de Vlaamse regering mét N-VA, is alvast een zeer goede zaak.

Column eveneens gepubliceerd op de N-VA website.

Syndicate content

Politiek engagement

N-VA logo

Kom op Tegen Kanker

logo Loop naar de Maan

Steun Kom op Tegen Kanker en laat me naar de maan lopen!

cover boek "Een Zuil van Zelfbediening"

Blik op mijn agenda

Je vindt me ook terug op

Facebook logo

Twitter logo

YouTube logo

Contact

Je kan me steeds contacteren via het contactformulier of rechtstreeks:
Muilaardstraat 60, 9000 Gent (privé)
Leuvenseweg 21, 1000 Brussel (kantoor) 
Peter.Dedecker@N-VA.be
0486/152320

Disclaimer

Dit is de website van Peter Dedecker. Alle teksten mogen, tenzij anders vermeld, overgenomen worden mits bronvermelding. Een link wordt altijd geapprecieerd. Dit alles is mijn persoonlijke opinie. Organisaties waar ik lid van (geweest) ben of voor (ge)werk(t heb) kunnen in geen geval aansprakelijk gesteld worden voor wat ik hier schrijf. Zie de volledige disclaimer.